Piterse Pechvogel?

Aangekomen op Pulkovo en letterlijk met beide benen op de grond gezet: opletten, nu, want vanaf nu is alles in het Russisch. Op zich geen probleem, ik ploeter toch niet voor niets al zo lang op de mooiste taal van de wereld. Toch voelt het anders. In Nederland was alles speels en als je eens een woordje niet wist hielpen juf en klasgenoten je met de Nederlandse vertaling. Nu is het menes. Paspoortcontrole. Tsja, zou ik niet ook zo nors en chagrijnig kijken als de vrouw in het hokje, wanneer ik zo'n saaie baan had? Waarschijnlijk wel. Ik kan me er niks bij voorstellen, zoals ik me eigenlijk sowieso nog geen goede voorstelling kan maken van het leven in Rusland. Twee keer eerder was ik hier, met & bij vrienden. De meeste toeristische attracties heb ik al gezien, maar Sint Petersburg bleef aan me trekken. Steeds harder, steeds vaker. De droom bleek groot genoeg, roodharig Hollands muziekmeisje krijgt haar paspoort terug en mag Rusland in.


Nog twee controles later sta ik voor de bagageband. Na een uur wachten gaat het rolluik open en komen de eerste koffers te voorschijn. Om me heen pakken steeds meer mensen hun spullen om ermee door de laatste controle te lopen. Ik wacht op mijn rugzak, blijf als laatste staan zolang de band loopt. Dan gaat het luik dicht. Ik kijk om me heen, alle medereizigers zijn al weg. Aan de andere kant van de hal maken twee dames in uniform ruzie over een al dan niet vrije dag. Ik voel me klein en alleen, maar druk die trieste gedachten weg met het besluit foutloos één van de vliegveldmedewerksters aan te spreken.


Deze medewerksters lijken in niets op de stoere arbeidsters van de Sovjetposters. Ze zijn van mijn leeftijd, hebben platina- blond haar, parlemoer gestifte lippen en een hekel aan hun werk. En vooral aan lastige buitenlanders die om hun bagage komen zeuren, hallo, zie je dan niet dan we bezig zijn?! Ik krijg een stapel formulieren om in te vullen en een pen die het niet doet. Gelukkig heb ik er zelf nog eentje in mijn jaszak. Na het invullen krijg ik stempels en krabbels van allerlei verschillende mensen. Niemand weet waar mijn bagage is en het kan ze geen ruk schelen ook.


Mevrouw nummer vijf lijkt medelijden met me te hebben en neemt me mee naar een kantoortje. Daar moet ik op een groot vel aanwijzen hoe mijn rugzak eruit ziet. Jammer genoeg staan er alleen koffers op het vel. "Rugzak" zeg ik, "nee, aanwijzen" lacht de vrouw gedecideerd. "Nee, geen koffer, rugzak!" - "Niet aanwijzen? Goed...". Ze staat zo snel op dat haar bureaustoel op wieltjes tegen de muur knalt. Net op tijd krijg ik een ingeving en begin als een junk in mijn handbagage te graaien. Yep, daar is 'ie: een foto van mij met de rugzak om. De vrouw werpt een vlugge blik en pakt een andere kaart, vol rugzakken. Daar staat er eentje bij die op de mijne lijkt. Zonder me aan te kijken loopt de vrouw weg - "Goed, wacht hier!" zegt ze in de deuropening, meer tegen zichzelf dan tegen mij.


Een half uur later verschijnt een zesde medewerkster. Mag ze een adres van mij in Petersburg? Ik geef haar het adres van mijn vrienden Reinier en Natasja. "Die straat bestaat niet." zegt ze beslist. Ik lees het adres op en schrijf het in blokletters over. "Nee, dat is hier niet." Ik begin wanhopig te worden, toets op mijn mobiel Natasja's nummer in en geef de vrouw de telefoon. "O, de straat bestaat wel? Goed...". Alles in ingevuld en ik word gebeld als mijn bagage gevonden is.


Drie uur later dan verwacht zit ik in de bus op weg naar Natasja's huis. Omdat ik geen enkel bericht van de universiteit gehad heb weet ik niet waar de campus is, maar dat is geen probleem, ik mag bij Natasja logeren tot mijn volgende slaapplek bekend is. Een hele geruststelling dat er in die koude, vreemde land een warm en fijn nest op me wacht. Als ik rechts van de weg drie kerken zie moet ik uitstappen, dan oversteken en om de kleine winkeltjes heenlopen, tussen de grauwe Sovjetflats door naar de ingang van het tweede corpus. Al van verre zie ik achteraan de modderige sneeuw de sprookjesachtige uivormige koepels afsteken tegen de Sovjetbouw. Kan niet missen! Ik betaal, bedankt en huppel de bus uit.


Toch maar even op de kaart kijken, want 'k ben niet op m'n helderst als ik om half vier opsta. Direct als ik de plattegrond uit mijn tas bevrijd komt er een Russische vrouw aangerend om me te helpen. Lief. Ze wijst me in ratelend Russisch 180 graden de andere kant op als mijn herinnering me wil vertellen. Mopperend voegt zich nu ook haar man zich bij ons. Nee, hoor, dat huisnummer is hier helemaal niet, kijk maar, daar is 10 en daar is 11, maar geen 9. En nee, kleine winkeltjes zijn hier niet, hoor, er is alleen een "Vijfje", de Russische versie van onze "Dirk".


Ik wijs naar de grote cirkel op mijn kaart "kijk, hier wil ik naartoe" probeer ik uit te leggen. "Ja, je wilt naar Rusland, maar waarom?" verzucht de man. "In de Sovjettijd, ja, toen was hier nog vriendschap, toen gaven de mensen nog om elkaar, maar nu, nee, nee, je had beter thuis kunnen blijven." De vrouw kijkt tegen haar echtgenoot op en knikt heftig, hem aanmoedigend vooral door te gaan met zijn weemoedige relaas. Hij knikt terug en haalt een halfleeg flesje wodka uit zijn zak. Voor de tweede keer vandaag speel ik mijn beste troef, ik pak mijn mobi, druk op het groene knopje en geef de vrouw het in haar ogen prachtige apparaat.


Hoezo kan ik het niet vinden? vraagt Natasja zich af. Ik bevind me op nog geen 100 meter van haar huis. Maar geen zorgen, ze stuurt haar zoontje Kolja wel even de straat op. Ik moet wachten bij Vijfje, de knakenknaller die onlangs alle kleinere winkeltjes verving. Nog geen minuut later zie ik een bekend gezicht, met twee glinsterende ogen onder een grote muts. Kolja is enorm gegroeid maar nog net zo lief en net zo druk. Ik geef hem een dikke knuffel en we rennen als kleine kinderen naar zijn thuis. Hoera, gelukt, het avontuur kan beginnen!


Ik ben dolblij om Reinier en Natasja weer te zien en vol goede moed. Wist ik veel dat ik de komende paar dagen druk zou zijn met allerlei problemen rond inschrijvingen en registraties, met geldnood door een te laat overgemaakte beurs en met het vinden van een nieuwe slaapplek nadat een ontembare feeks me om onbegrijpelijke redenen uit mijn kamer gooide - beginnend met het de gang op slingeren van mijn losliggende spullen... nee, gelukkig wist ik dat toen nog niet.


Maar aan de andere kant, wat heb ik te klagen? Elke dag loop ik langs de ijsschotsen in de Neva, met uitzicht op de Hermitage, de Admiraliteit en de gouden koepel van de Kathedraal. De sneeuw kraakt onder mijn schoenen en ik spreek hele dag de mooiste taal van de wereld. Wat wil een mens nog meer?